Schorermagazine, december 2004
Betrokkenheid
Frans Mom werkte twintig jaar als beleidsmedewerker bij Hivos. Mede door zijn toedoen nam deze organisatie de aidsproblematiek in ontwikkelingslanden op als aandachtspunt voor haar beleid. Onlangs organiseerde Hivos een congres over homoseksualiteit en Hiv/aids. Tijdens dit congres nam Mom afscheid. Een interview met een bevlogen man.
De Rode Hoed in Amsterdam puilde uit, medio oktober op het Hivos-congres ‘Homoseksualiteit en hiv/aids’. Tot en met de zijbeuken en de balkons van de voormalige kerk zaten de deelnemers. Het was een bont gezelschap, waaronder meer dan vijftig internationale deskundigen uit ontwikkelingslanden - voor het eerst ook uit China, Vietnam en Nepal. Zij legden hun vragen en soms controversiële bevindingen voor aan het Nederlandse publiek. Het symposium vormde het slotakkoord voor Frans Mom als senior beleidsmedewerker bij Hivos.
Een week na het congres doet hij de voordeur open, met zijn linkerhand. De rechter zit in het gips omdat zijn pols op twee plaatsen is gebroken. Twee dagen na het congres is Frans Mom, tijdens de herdenking van een vermoorde homo-activiste, uitgegleden op het Homomonument. “Ik had een bos bloemen in mijn armen en plotseling ging ik onderuit. De taxichauffeur die ons naar het ziekenhuis bracht, zei dat hij het geregeld meemaakt. Na een regenbui is het monument spekglad en kan hij de gevallenen met zijn taxi weer naar de dokter rijden.”
De valpartij staat niet symbool voor een harde afsluiting van zijn carrière. Mom maakte eind jaren tachtig het begin van de ziekte aids mee, zowel privé als professioneel. Dat maakt het proces van loslaten niet eenvoudig. Vandaar dat Mom koos voor de weg van geleidelijkheid. Hij blijft voorlopig als freelance consultant betrokken bij het werk dat hij twintig jaar geleden in gang zette.
Geboren en getogen Amsterdammer Frans Mom (1944) begon zijn werkende leven als medewerker van accountantskantoor KPMG. Standplaats Bogotá, Colombia. Hij leerde razendsnel Spaans en beleefde daar, hij was 23 jaar, zijn coming out. Na een verblijf van vier jaar keerde Mom terug naar Amsterdam, om zijn studie af te maken. Na zijn afstuderen begon hij bij Hivos waar hij verantwoordelijk was voor financiële en personele zaken.
Begin jaren tachtig begon aids wild om zich heen te slaan en eiste zijn eerste slachtoffers. Mom: “Ik bezocht voor mijn werk New York, ik onderhield mijn contacten in Bogotá en kende ondertussen ook veel homo’s in Amsterdam. In 1985 stierven de eerste kennissen en vrienden, ook in Amsterdam. Nu ben ik van sommige vriendenkringen de enige die nog leeft. Hoe precies weet ik niet, maar het heeft mij zeker beïnvloed in mijn keuzes.”
In ontwikkelingslanden werd de aidsproblematiek pas later zichtbaar en in 1988 kaartte Mom het onderwerp aan bij Hivos. Mom: “De strijd tegen hiv en aids mobiliseerde ook de activisten uit homokringen. Dat levert een meerwaarde op voor het reguliere werk van Hivos, dat wil bijdragen aan een vrije, eerlijke en duurzame wereld. We hebben aids niet uitsluitend als medisch of gezondheidsprobleem benaderd, de ziekte heeft veel raakvlakken met andere ontwikkelingsproblemen zoals onderwijs en armoede. Uiteindelijk bleken aidsprojecten een katalysator van andere emancipatieprocessen, in het bijzonder voor homoseksuele mannen.”
Door Moms argumenten raakte Hivos er in een relatief vroeg stadium van overtuigd dat de aids-epidemie ook de algemene projecten zou raken. Mom schreef voor de humanistische ontwikkelingsorganisatie een opzet voor een mogelijk beleid op hiv en aids. Voordat het nieuwe beleid goed en wel op papier stond, lag het eerste projectvoorstel al op zijn bureau. De tijd was duidelijk rijp voor actie.
Breed perspectief
Vanaf dat moment heeft Mom vanuit Hivos organisaties gesteund, met geld of faciliteiten, die mensen in ontwikkelingslanden in staat stelden verdere verspreiding van hiv/aids een halt toe te roepen. Mom: “Homomannen komen in ontwikkelingslanden vaak niet voor hun identiteit uit. Voor hen blijft preventie belangrijk, met voorlichting en training gericht op die specifieke groep. Het is belangrijk dat ze kansen krijgen om zichzelf te organiseren. Dat gebeurt vaak in een vijandige omgeving. Daarbij kunnen wij steun verlenen. Omdat andere organisaties hierop niet focussen, doen wij het juist wel.”
Sinds 2003 geeft Hivos vooral in Afrika prioriteit aan aidsprojecten bij de partnerorganisaties. Samen met zijn projectmedewerkers ondersteunde Mom gedurende 2003 zo’n zestig organisaties. Daarbij beschikte hij en zijn collega’s over een werkbudget van vier miljoen euro, bijna vijftig procent meer dan in 2002.
Mom is een bevlogen spreker, hij kan zijn betrokkenheid niet verhullen. “Ik vind het moeilijk mensen in de verdrukking persoonlijk te helpen. Daarom ben ik blij dat ik hieraan vanuit Hivos kon werken, vanuit een breder perspectief .” Hij noemt het voorbeeld van een voormalige collega in Colombia. Zij schreef hem dat een van de studenten in haar huis hiv-positief was. Ze noemde hem ‘een rat in haar huis’ en was bang voor nadelige gevolgen voor haar kinderen. Mom ontstak in woede en schreef terug dat zij de jongen niet haar huis uit moest zetten. “Als ze dat doet, wil ik haar nooit meer zien. De student is 17 jaar, is heimelijk homo en heeft geen andere plaats om naar toe te gaan. Die vrouw is waarschijnlijk de enige op wie hij kan terugvallen. Door dit soort situaties raak ik sterk gemotiveerd. Het is eenvoudig: aids kent geen schuldige en onschuldige slachtoffers.”
Voor Hivos is Schorer een strategische partner. Met deze partners in het veld, zoals ook het COC, sluit Hivos samenwerkingscontracten die zijn gebaseerd op overeenkomsten in doelstelling. “Ik heb de Schorerstichting hoog zitten. Hun kracht zit in de psychosociale zorg voor homoseksuele mannen en vrouwen, en in hun buddyprojecten. Ik hoop dat de Schorerstichting zijn begroting rond krijgt, ondanks de schandalige overheidsbezuinigingen. Mijn ongevraagd advies luidt: richt je op je sterke onderdelen en doe niet wat anderen ook al doen. Breng de positieve resultaten goed in beeld. En zet de opgebouwde expertise in op internationaal vlak. Dat kan meer en dat kan beter dan nu gebeurt. Het zou een groot verdriet zijn als de sterke kanten van Schorer naar de achtergrond verdwijnen. Je moet niet onderschatten hoe groot de nood en behoefte aan hulpverlening is. Ook in Nederland.”
Riksjarijders
De conferentie in de Rode Hoed werd bezocht door aids- en mensenrechtenactivisten, zelfstandige onderzoekers en universitair medewerkers, juristen, ambtenaren en vele collega’s van Hivos uit het maatschappelijk middenveld. Op elke korte presentatie reageerde een deskundige, waarna de zaal mochten bijvallen met vragen en opmerkingen. Aan de orde kwamen vragen zoals: wat verstaan we precies onder MSM, ofwel Mannen die Seks hebben met Mannen? En wat betekenen mannelijke homoseksualiteit en risicovolle seks in culturen in het Zuiden?
MSM staat, behalve voor homo-mannen, voor alle mannen die het weleens met een man doen of hebben gedaan. En dat zijn er nogal wat. Er is onderzoek dat concludeert dat dertig procent van de mannen hun eerste seksuele ervaring met een andere man beleven. Uit ander onderzoek blijkt 22 procent van de riksjarijders in India, meestal getrouwd, geregeld seks heeft met een andere man. Of zoals de Indiase onderzoeker Shivanada Khan in zijn presentatie poneerde: ‘Als zich na zonsondergang geen vrouwen meer op straat mogen vertonen, met wie moet je dan spelen?’
Deze mannen zullen zich nooit gay noemen ondanks hun homoseksuele contacten. Mom vindt de term MSM, begin jaren negentig bedacht door de WHO, de wereldgezondsheidsorganisatie, te algemeen. “Wie zijn dat? Als je dat niet weet, bereik je niemand. Het is beter om - zonder bot te zijn - het exact te benoemen. Daarom ben ik voor het gebruik van de omschrijving ‘Gay men and men who have sex with other men’. Ook al bekt dat minder goed dan MSM.”
De laatste tijd hoort Mom steeds vaker opmerkingen als: homo’s hebben het toch voor elkaar? Ze hebben, in ieder geval in Nederland, gelijke rechten en mogen zelfs trouwen. Op deze vraag heeft Mom zich terdege voorbereid, hij schudt enkele voorbeelden van het tegendeel op tafel. En toont een artikel uit het oktobernummer van Positive Nation over de situatie in London. Daarin vat onderzoeker Ford Hickson de situatie van homomannen in de Britse hoofdstad samen: er zijn meer homo’s met hiv in Londen en meer hiv-besmette mannen trekken naar deze stad dan tien jaar geleden. Kortom: in geen geval is de hiv-epidemie verdwenen uit de homogemeenschap.
“Het is belangrijk middels onderzoek de harde cijfers boven water te krijgen. We moeten ook niet te licht denken over de discriminatie en het stigma dat homoseksuelen in veel landen krijgen opgeplakt. Deze zomer zag ik, op vakantie in Ierland, een tv-verslag van de gaypride-optocht in Belfast. Daarin lieten ze mensen aan het woord met een balkje voor hun ogen. Het leken wel criminelen. Dat zag er vreselijk uit. Terwijl we juist het probleem herkenbaar moeten maken, vooral voor anderen. Dat kun je doen door onder meer goede en slechte voorbeelden te laten zien, zoals bijvoorbeeld door het organiseren van zo’n congres. Zichtbaar maken van de hiv- en aidsproblematiek blijft de komende jaren van groot belang. En ik hoop dat ik nog lang betrokken kan blijven bij dit werk.”
Monique Doppert
Meer informatie:
www.hivos.nl
www.schorer.nl
Terug naar overzicht Artikelen |