31(0) 647412213
Monique Doppert
ndisch
   

B. De koloniale samenleving in de Oost

1. Wat zochten de Hollanders in Indië?
Eind zestiende eeuw vertrok een eerste vloot van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) naar Zuid-Oost Azië. De handel in peper en andere fijne specerijen was behoorlijk winstgevend. Middels ruilhandel en later ook met geweld - tegen de autochtone bevolking alsmede de Engelse en Portugese concurrenten - maakten de Hollanders zich meester van productiegebieden. Hier werd behalve peper, ook kaneel, nootmuskaat, foelie en kruidnagel verbouwd.

2. Wat is Nederlands-Indië?
Het ging de VOC om de handel. Dus vestigden de Hollanders zich in havensteden zoals Batavia en Surabaya. Op deze plaatsen ontstond een Europese gemeenschap van enkele honderden tot later tienduizenden soldaten, zeelieden en beambten temidden van miljoenen Aziaten. De VOC-bestuurders waren tegen het laten gaan van Europese vrouwen naar Indië. De tocht was kostbaar, de vrouw zou heimwee en ziekelijke kinderen krijgen.

3. Wat is een Indo?
Door het mannenoverschot leefden veel mannen samen met een inlandse vrouw. Uit deze relaties zijn de Indo’s voortgekomen, nakomelingen van zowel inlandse als Europese voorouders. Omstreeks 1940 leefden ongeveer 170.000 Indo-Europeanen in Nederlands-Indië. Overigens bezat een grote groep gemengdbloedigen geen wettelijke Europese status.
Na WOII verhuizen tussen 1945 en 1965 ongeveer 250.000 Indo’s en totoks naar Nederland als gevolg van de Indonesische onafhankelijkheid.

4. Wat is een totok?
Een totok is letterlijk een nieuwkomer, iemand die net is aangekomen in de kolonie. Later werd het begrip breder gebruikt voor een blanke Hollander (belanda) die in Indië is geboren of er lange tijd heeft gewoond.
De term werd vooral gebruikt binnen Indische families om zichzelf van de blanke nieuwkomers - die niets wisten van het leven in de tropen - te onderscheiden.

5. Wat is een Indonesiër?
Een ieder met het Indonesische staatsburgerschap en dus Indonesisch paspoort. De Indonesische samenleving is zeer divers samengesteld. Zij herbergt niet alleen inlanders en Indo’s, met een of meerdere Europese voorvaderen, maar ook mensen van Chinese, Indiase of Arabische afstamming..

6. Wat is verschil tussen een Indo en een Indonesiër?
Indo’s zijn voortgekomen uit relaties van inlanders en Europeanen. Kinderen krijgen een combinatie van eigenschappen van beide ouders. Europeanen en Indonesiërs verschillen qua uiterlijk. Daarom hebben Indo’s combinaties van zeer verschillende uiterlijke kenmerken. De haarkleur kan bijvoorbeeld uiteenlopen van zwart, bruin, rood tot blond.

7. Hoe lang bestaan Indo’s?
De eerste relaties tussen Europeanen en inlanders dateren uit de zeventiende eeuw. Na de Engelsen en de Portugezen deden de Hollanders de eilanden in de Archipel aan. We kunnen dus spreken van meer dan vier eeuwen Indische geschiedenis.
Momenteel worden nazaten uit verbintenissen tussen bijvoorbeeld Australiërs of Amerikanen met Indonesiërs, ook Indo’s genoemd.

8. Woonden Indo’s alleen op Java?
Java is het meest geëxploiteerd in de koloniale tijd. Ook op Sumatra, Sulawesi (Celebes) en Kalimantan (Borneo) waren Nederlandse handels- en militaire posten gevestigd. Maar tussen 1800 en 1900 vestigden zich op Java de meeste kolonialen. Zodoende is Java het dichtstbevolkte eiland van Indonesië, dus daar woonden tevens de meeste Indo’s.

9. Spreken de meeste Indo’s ook Indonesisch?
De Indo’s in Indië waren min of meer tweetalig. Ze spraken zowel Nederlands als Indonesisch, toen nog Maleis genoemd. Het Maleis, een handelstaal, is de voorloper van het moderne Indonesisch. In Nederlands-Indië waren Europese Lagere Scholen voornamelijk bestemd voor enkele tienduizenden kinderen van Hollanders en Indische Nederlanders. Ondanks hun verblijf onder vijfenzestig miljoen Maleissprekenden kregen deze kinderen geen les in deze taal. Daarom spraken veel Indo’s gebrekkig Maleis. En dus al helemaal geen Indonesisch.

10. Waarom waren veel Indo’s ambtenaar of militair?
Alle inwoners van Nederlands-Indië - van totoks, Indo’s tot en met inlanders - waren voor de onafhankelijkheid Nederlands onderdaan. De meeste Indo's waren niet alleen Nederlands onderdaan maar volgens de wet ook Nederlander, net als de totok. Deze indeling had voor de Indische Nederlanders o.a. tot gevolg dat ze waren onderworpen aan militaire dienstplicht.
Ter bescherming van de inlanders mochten de Indische Nederlanders (in hun eigen geboorteland) geen grond bezitten. Ze konden geen boer worden, maar wel grond pachten. Ze keken neer op het verrichten van ongeschoolde arbeid. Handenarbeid was voor Indische Nederlanders taboe, dat paste niet bij hun status.
Veel Indo’s werden daarom ambtenaar of militair, ook omdat overheidsbanen zekerheid boden. Voor hen, die goed met hun handen konden werken, waren er in de 20ste eeuw ambachtsscholen (LTS) waardoor ze toch geschoolde handenarbeid konden verrichten.

11. Was er apartheid in Indië, net als in Zuid-Afrika?
Een huwelijk tussen Hollanders en Indo’s of tussen Indo’s en inlanders was niet wettelijk verboden. Maar het werd wel van bovenaf ontmoedigd. Men streefde er naar dat het nageslacht er zo blank en Europees mogelijk uitzag. Alleen op deze manier waren er betere carrièrekansen. De apartheid was niet officieel geregeld, het was er stiekem en officieus. Tussen de verschillende etnische bevolkingsgroepen was geen ijzeren gordijn opgetrokken. Het was meer als een flinterdun, doorzichtig en doorlaatbaar muskietengaasgordijn, de klamboe rond het bed.

12. Waarom hebben Indo’s Europese achternamen?
Wanneer een Europeaan zijn kind van een (inlandse) vrouw erkende, kreeg het kind zijn achternaam. Daarom hebben Indo’s behalve Nederlandse soms Duitse, Franse of Portugese achternamen.

13. Waarvoor staat de uitdrukking tempo doeloe?
Letterlijke betekenis hiervan is de ‘oude tijd’. Het staat vaak voor de ‘goede, oude Nederlands Indische tijd’, vóór 1870 dus voor de massale trek naar Indië en voor de opening van het Suezkanaal (1869). Het kan ook staan voor de periode van voor de oorlog waarnaar - vooral oudere Indische mensen - met heimwee en verlangen terugkijken.

14. Waarom keken Indo’s en Indonesiërs vroeger zo op tegen de Nederlanders?
Vanuit Nederland werden hoog opgeleide mannen en vrouwen met minimaal middelbare school ( HBO-plus ) naar Indië gezonden. Een kleine categorie was minder goed opgeleid; dat waren de miltairen. Zij compenseerden dit tekort echter door lichaamslengte en brute kracht. De Indische Nederlanders en Indonesiërs kregen de indruk, dat alle Hollanders intelligent of oersterk waren.
Wellicht hebben de Hollanders de schijn gewekt, dat ze tot een superieur ras behoorden en hebben daarmee onbedoeld, maar wel zeer gelegen, hun rol van overheersers acceptabel gemaakt. Het was het beeld van de stoere Hollanders versus de passieve inlander. Bij aankomst in Holland na de oorlog waren veel Indo’s oprecht verbaasd toen ze zagen hoe gewoon de Hollanders in werkelijkheid zijn.

15. Waarom lijkt het alsof vrijwel elke Hollandse familie een familielid heeft, meestal opa of oom, die in Nederlands-Indië is geweest?
Vierhonderd jaar lang was de kolonie interessant voor wisselende groepen van de Hollandse bevolking. Voor planters, militairen en regeringsfunctionarissen.
De leefomstandigheden in Europa waren twee, drie eeuwen geleden voor velen zo slecht, dat mannen uit diverse Europese landen het risico namen om dienst te nemen bij de VOC in de hoop op een betere toekomst.
De VOC had een onverzadigbare behoefte aan personeel. Ook omdat de helft niet lang na aankomst in Batavia (Jakarta) overleed aan ziekten en geleden ontberingen.
Veel mensen vertellen maar al te graag, dat een familielid voor de oorlog in Indië werkte. het staat een beetje chique. Als je het goed beluistert, dan lijkt het wel of de halve Nederlandse bevolking vroeger heen en weer naar Indië is geweest.

16. Wat is een Indisch erf?
Het Indische erf werd vaak begrensd door de achtergalerij, waar zich het informele leven afspeelde. Daar waren een kaki lima - een vijf voet brede overloop - en de galerij waaraan gelegen de badkamer, de keuken, de voorraadkamer en de bediendenkamers. Het erf stond vol met bloempotten, bloemperken, drooglijnen, kinderfietsen enzovoorts.

17. Sommige Indo’s beweren, dat hun grootmoeder een Javaanse prinses is. Is dat opschepperij?
Het hoeft geen opschepperij te zijn als iemand zegt dat zijn oma een nakomeling is van een Javaanse vorst. Maar erg uniek is het niet. Een Javaanse vorst had behalve één of twee officiële vrouwen ook nog een groot aantal bijvrouwen. Vele tientallen zonen en dochters werden uit al deze relaties geboren. Uiteindelijk heeft een vorst een astronomisch aantal eigen nakomelingen en halfbroers-en zusters met hun nazaten.
Ook speelt hierbij vaak onzekerheid over de eigen afkomst een rol. Het ‘zwarte bloed’ in de familie werd meestal als maatschappelijk inferieur gezien. Dit kon men compenseren door de adelijke afkomst te benadrukken.

Terug naar overzicht Indisch voor beginners