| 
D. Repatriëring
26. Waarom zijn Indische Nederlanders naar Nederland gegaan?
Na de uitroeping van de Indonesische Republiek was het ‘hun land’ niet meer. De leefomstandigheden voor Nederlanders en Indo’s werden steeds moeilijker. Velen waren beroofd, er was hoge werkloosheid, discriminatie en geringe rechtszekerheid. De meesten repatriëerden naar Nederland. Uiteindelijk hebben slechts weinigen zich in Indonesië kunnen handhaven.
27. Hoeveel Indo’s zijn naar Nederland gekomen?
Na de Tweede Wereldoorlog verhuisden tussen 1945 en 1965 ongeveer tweehonderd- tot tweehonderdvijftigduizend koloniale migranten - Molukkers, Indo’s en totoks - naar Nederland als gevolg van de Japanse bezetting en latere Indonesische onafhankelijkheid in 1945.
Overigens staat in het woordenboek Van Dale bij repatriëren: ‘terugkeren naar het vaderland na gevestigd te zijn geweest in overzeese gebiedsdelen’. Voor het overgrote deel van de Indo’s was het de eerste reis naar Nederland, een land dat ze slechts kenden uit de boekjes.
28. Hoeveel bagage konden ze meenemen?
In principe zoveel als men wilde. In de meeste gevallen bezat men – door confiscatie en plundering - niet veel goederen meer na de Tweede Wereldoorlog en de Indonesische revolutie.
29. Hoe lang duurde de bootreis?
Ongeveer 28 dagen.
30. Hoe werden Indo’s ontvangen in Nederland?
Nederland had veel geleden tijdens WOII, de militaire acties in Indië kostten een miljoen gulden per dag en de bodem van de schatkist was al zichtbaar. De armoede in aanmerking genomen was de ontvangst redelijk goed. Maar het publiek was bepaald niet blij met de komst van circa tweehonderdvijftigduizend vluchtelingen, die huisvesting en extra voeding nodig hadden. Maar al te vaak hoorde men roepen: ‘Hé blauwe. Ga terug naar je apenland.’ Of er werd gescholden: ‘Stinkende poepchinees.’
31. Zijn Indo’s goed ingeburgerd?
De inburgering leek goed te gaan. Het merendeel was christen. En de meeste Indo’s waren hoogopgeleid, spraken de Nederlandse taal en kenden de westerse cultuur en gebruiken.
Daar komt bij dat veel Indo’s geen opstandige inborst hebben. Ze wilden niet klagen en zich zo snel en geruisloos mogelijk aanpassen. Daarom bleef veel leed en discriminatie verzwegen.
Zodoende kon de Nederlandse overheid dit inburgeringssucces vol trots meedelen aan buitenlandse organisaties die zich met met een soortgelijke problematiek bezighielden.
32. Wie is Tjalie Robinson?
Dit is een pseudoniem van de Indische journalist en schrijver Jan Boon. Hij kwam in 1956 naar Nederland en stond aan de wieg van het Indische tijdschrift Tong Tong, het huidige Moesson. een uitgeverij en een oosterse markt: de Pasar Malam Besar op het Haagse Malieveld. Met deze laatste genereerde hij geld voor minder winstgevende Indische culturele projecten.
Hij beoogde waardevolle cultuurelementen uit het Indische leven over te dragen aan de Hollandse samenleving. En andersom, de westerse culturele waarden vertrouwd te maken voor de Indische lotsgemeenschap.
33. Waarom eisten Indo’s een schadeloosstelling?
Salarissen en soldij van door de Japanners geïnterneerde Nederlanders waren door de overheid niet uitbetaald. Bovendien had men door oorlogshandelingen huis en haard verloren. Hiervoor eiste men schadevergoeding.
34. Wat is Het Gebaar?
Het Gebaar is bedoeld als compensatie voor het pas later erkende oorlogsleed en voor de sobere opvang van de gerepatriëerden in Holland. Het is een algemene vergoeding voor de geleden schade (materieel en immatrieel) na de repatriëring.
Voor meer informatie kijk op de website van Het Gebaar
Terug naar overzicht Indisch voor beginners
|