Koken voor de Sultan
Een stamppot van brokken familiegeschiedenis
gegarneerd met plakjes cultuur
Bij Oma Naomi in Yogya logeren in de dertiger jaren was altijd een feestelijke gebeurtenis. Zeker niet in de laatste plaats omdat zij zo heerlijk verfijnd kon koken. Het was de hobby van mijn grootmoeder van moederskant. Zij heeft zelfs kooklessen gevolgd in "Hotel de Bruyn", tegenover de sociëteit en naast het Nillmij gebouw. ( Mijn plaatsaanduiding van het hotel is nu, ik geef het toe, een beetje onduidelijk: de soos is met de grond gelijk gemaakt, de levens verzekeringsmaatschappij is reeds lang vertrokken en ook het hotel bestaat niet meer. )
Tijdens een logeerpartij bij oma was zelfs een malaria aanval nauwelijks in staat roet in het eten te gooien. Je kreeg dan het klassieke ziekenkostje: rijst met heldere groentesoep en daarbij roomkleurig gehakt van kip met hele kruidnagelen er in geprikt, waarvan de kopjes nog juist boven de gesmolten boter uitstaken. Echte boter, dat was voor oma vanzelfsprekend.
En 's morgens als ontbijt rijstepap..nee niet met suiker natuurlijk. In dit verband is bubur ( rijstepap gekookt in klappermelk ) een betere benaming. Bubur dus met sambal goreng krècèk ( pittig vleesgerecht ). Lekker heet om de kilte van de nacht te verdrijven.
Het gebeurde op een drukkend warme dag, het liep tegen twaalven. Ik speelde in mijn eentje in de voorgalerij met een tinnen legertje. Het bestond uit Britse tanks, Franse fuseliers, Duitse huzaren, versterkt met wat verdwaalde cowboys en Indianen. Het internationale leger stelde ik op in carrés; dat was de slagorde bij Quatre Bras en Waterloo, hadden de oudere broers mij geleerd. Liggend op mijn buik, lekker koel is zo'n tegelvloer, met een hoop kleurige knikkers voor mijn gezicht, begon ik het precisie bombardement. Het was de kunst alle carrés om te kegelen met zo min mogelijk knikkers.
" Kulò nuwon endòrò sinjo ( lett. Ik groet u edele jongeman )."
Ik schrok me te pletter. Verdiept in mijn spel had ik niet opgemerkt, dat een groep mannen zich bij de trap van de voorgalerij had verzameld. Sommigen droegen een kris ( dolk ) op de rug. Stiekem natuurlijk. En die beleefde groet was een al te doorzichtige krijgslist. Een roofoverval! Ik rende naar de achtergalerij en bracht oma en mijn moeder de Jobstijding.
" Laat ze maar binnen. Mooi op tijd. Alles is warm ", was hun verbijsterend kalme en raadselachtige reactie. Het bleken bedienden van de kraton
( paleis ) te zijn, die het middagmaal van de Sultan kwamen halen. Behalve omdat hij het lekker vond, liet Sultan Hamengku Buwono VIII zijn maaltijden vaak buiten het paleis bereiden,uit vrees te worden vegiftigd.
Hoewel de afstand tussen het houtskoolfornuis van mijn oma en de eettafel van de Sultan slechts enkele honderden meters bedroeg, achtte men het niet ondenkbaar, dat iemand onder weg iets aan het eten zou toevoegen, wat niet echt bevorderlijk was voor de gezondheid. Daarom werden de gerechten vervoerd in draagbare kastjes, waarvan de deuren met lak verzegeld werden. Oma keek daarbij heel nauwlettend toe. Het stempel bewaarde ze natuurlijk zelf. Maar er waren in Yogya toch veel meer dames die uitstekend konden koken ? Waarom was de keus op oma gevallen ? Als kind had mijn moeder er iets over verteld. Slechts onsamenhangende stukken van wat ze gezegd had waren in mijn herinnering blijven hangen. Veel later, toen ik terugkeek op mijn eigen leven en ontdekte, dat het niet meer was dan een fragment van een lang vervolgverhaal, ja toen pas begon ik me te interesseren voor de levenssgeschiedenis van mijn ouders en voorouders.
Door toevallige omstandigheden hoefde ik niet lang te wachten op de bevrediging van mijn nieuwsgierigheid. Mondelinge overleveringen, foto's en documenten pasten zonder franje af te snijden in elkaar als de stukken van een legpuzzel.
Oma's vader, de heer K Cephas, was hoffotograaf van de Sultan van Yogya.
Hij werd benoemd tot abdi-dalem ( hoveling ) en kreeg de functie van wedono- rodonas ( hoofd-ordonnans ). Wanneer er papieren van enige importantie aan de resident moesten worden ovehandigd, dan kleedde hij zich voor deze speciale gelegenheid in een uniform. Het was niet louter een ceremoniële functie, want hij hield zich ook bezig met de vertalingen Javaans-Nederlands van brieven en documenten.
Het moet ca. 1939 geweest zijn. De Sultan zou met groot gevolg een bezoek brengen aan de gouverneur van Yogya. Mijn ouders en wij kinderen hadden een mooie plek gevonden op het terras van sociëteit "de Vereeniging", om alles goed te kunnen zien.
Eindelijk was het zover. De bereden lijfwacht opende de stoet gevolgd door de Kareta Kyai Garudajaksa ( lett. Heer Zonnevogel karos ) met de Sultan.
Direct achter de statiekoets reed een man gekleed in een eenvoudig zwart uniform met een rode bandelier. Mijn moeder stootte me aan en wees op hem. " De wedono-rodonas, dat was mijn grootvader ook ".
Overgrootvader werd in beide functies opgevolgd door oudoom Sem, een jongere broer van oma Naomi. Oom Sem raakte zeer bevriend met prins Hamengkunegara IV, de latere Sultan Hamengku Buwono VIII.
Oudoom Sem is betrekkelijk jong gestorven. Het ongeluk gebeurde tijdens de generale repetitie van een Garebeg-optocht. Deze vond plaats op de aloon-aloon Kidul, het zuidelijke plein van de kraton. De kroonprins had zich omgeven met een escorte van intieme vrienden. " Mijn vader reed rechts achter de troonpretendent ", wist zijn zoon Fares mij precies te vertellen. " Een klaroenstoot deed zijn paard wild steigeren en hoewel bekend als een goed ruiter, werd hij toch van het paard geworpen. Hij overleed aan de opgelopen inwendige verwondingen. Een maand na zijn dood werd mijn jongste broer geboren.Mijn moeder noemde hem Sem".
In de jaren tachtig had ik veelvuldig contact met Fares, die ik vanwege het geringe leeftijdsverschil geen oom hoefde noemen.Met zijn gezin bezocht hij eens de familie van zijn moeder in Yogyakarta. Hij liet me een mooie foto zien van twee van zijn nichten. Ze waren gestoken in traditionele kleding; kain ( wikkelrok ) en kebaya ( jasje ). Op de kains zag ik mirong ( stel vleugels ) figuren op een veld van het parang rusak ( gebroken hakmes ) motief. Het zijn de zogenaamde " verboden motieven ". D.w.z. verboden voor het volk, alleen de adel mag zich er mee tooien. Ik maakte hierover een opmerking. Fares vertelde toen " Mijn moeder was een nicht van de Sultan. Voor haar huwelijk heette zij Raden Ròrò Soepilah. Na het huwelijk verandert de titel van een adellijke vrouw gewoonlijk in Raden Ngantèn, tenzij ze een Nederlander trouwt, dan vervalt de titel ". Tante Pilah kwam vaak langs bij mij oma. Zij was altijd gekleed in kain en kebaya.Ik moest er aan wennen om haar tante te noemen. Al mijn andere tantes droegen gewoon een jurk. Ik wist niet, dat zij familie was van de Sultan. Er bestond kennelijk een vertrouwensrelatie tussen Sultan HB VIII en de familie. Daarom mochten oma en tante Pilah zo vaak voor hem een maaltijd bereiden. De beloning was vorstelijk, in letterlijke en figuurlijke zin. Het geld konden zij goed gebruiken, beiden waren weduwe.
" Oma kookte heel geregeld voor de Sultan", vertelde mijn moeder nog.
" Om de 35 dagen vierde hij namelijk zijn geboortedag"
Leuk om aan mijn kinderen voor het slapen gaan te vertellen. Een sprookje van een rijke Sultan, die tien maal per jaar zijn verjaardag viert.
Langs een kronkelweg ontdekte ik, dat ook deze overlevering geen romantische fantasie was: Bronbeek, museum en tevens tehuis voor oud militairen was op loopafstand van mijn huis verwijderd. Iedere Zaterdagmiddag oefende daar het gamelan orkest Sono Boedojo. Ik kreeg steeds meer waardering voor de muziek en kocht de LP " Javanese Court Gamelan, recorded in the Kraton Yogyakarta ". Op de hoes van de plaat las ik " The gamelans are played...as well as for the Sultan's birthday, which occurs every 35 days at the coincidence of the 7-day week and the 5-day market week ". Het is weer Fares geweest, die me uitlegde hoe dit stukje cultuur in elkaar stak:
In Indonesië kent men een week van vijf dagen: Pahing, Pon, Legi, Kliwon, en Wagé. Ze worden pasardagen ( marktdagen ) genoemd. Veel pasars worden eens in de vijf dagen gehouden. Zo een marktplaats heet dan bijvoorbeeld Pasar-Legi of Pasar-Kliwon. Als je nu geboren bent op Maandag-Kliwon of Dinsdag-Pon, enz., dan komt deze combinatie om de 35 dagen terug, omdat 5x7 nou eenmaal 35 is. De viering van zo een geboortedag heet Wetònan. Het woord is afgeleid van metu, dat in het Javaans " eruit komen " betekent.
Het staat een ieder vrij om Wetònan op te nemen in de familie traditie.
Gezellig toch, zoveel selamatans ( rituele maaltijd ).

Bronnen:
Mollet, M.J., Moesson, 15-11-1982, pag. 15.
Mutiara, ( Indon. Tijdschr. ), 23-12-1981, pag. 18.
Graaf, H.J. de, Céphas, de hoffotograaf 1845-1912, Verslagen en aanwinsten van de Stichting Cultuurgeschiedenis van de Nederlanders Overzee: 47-53.
Guillot, C. ,Un exemple d'assimilation á Java: le photographe
Kassian Céphas ( 1844-1912 ), Archipel 22:55-73.
Knaap, G. ,Cephas, Yogyakarta. Photography in the service of the Sultan
KITLV Press, Leiden, 1999.
> Terug naar overzicht Louis Doppert |